17 augustus 2026

Kamervragen intimidatie Israëliërs en Joodse Nederlanders

Diederik van Dijk stelt namens de SGP schriftelijke Kamervragen aan minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) over de intimidatie van Israëliërs en Joodse Nederlanders. De gestelde Kamervragen zijn hieronder te lezen.

  1. Bent u bekend met het bericht "Heksenjacht op Israëlische deelnemers: gecanceld debatkampioenschap, de sfeer was extreem onveilig"? Wat is uw reactie op de daarin geschetste gang van zaken?
  2. Hoe beoordeelt u het feit dat Israëlische deelnemers aan een internationaal debatkampioenschap in Nederland werden geconfronteerd met intimidatie, online speuracties, openbaarmaking van persoonsgegevens (doxing) en een zodanig vijandige sfeer dat het slotevenement uiteindelijk werd geannuleerd?
  3. Deelt u de opvatting dat ook Israëlische studenten en andere bezoekers in Nederland zich vrij en veilig moeten kunnen bewegen zonder angst voor intimidatie, bedreiging of doxing? Zo ja, welke verantwoordelijkheid neemt het kabinet om hun veiligheid te waarborgen?
  4. Welke rol hebben politie, het Openbaar Ministerie en het lokaal gezag gespeeld bij het voorkomen en bestrijden van de intimidatie van de Israëlische deelnemers? Acht u die inzet afdoende? Zo ja, waarom?
  5. Is naar aanleiding van de gebeurtenissen aangifte gedaan of ambtshalve strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar mogelijke strafbare feiten, zoals doxing, bedreiging, discriminatie, opruiing of andere strafbare vormen van intimidatie? Zo ja, wat is de stand van zaken? Zo nee, waarom niet?
  6. Waarom blijft het Openbaar Ministerie achter bij de opsporing en vervolging van personen die zich schuldig maken aan doxing, bedreiging, intimidatie en antisemitisch haatzaaien jegens Joden en Israëlische burgers? Acht u de huidige prioritering van het Openbaar Ministerie toereikend en in lijn met de belofte van het kabinet dat antisemitisme keihard zal worden aangepakt? Zo ja, waaruit blijkt dat?
  7. Waarom maakt het Openbaar Ministerie in zaken als deze kennelijk onvoldoende gebruik van de bestaande strafrechtelijke mogelijkheden, waaronder artikel 285d van het Wetboek van Strafrecht (doxing), de artikelen 137c tot en met 137e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht en de strafbaarstellingen inzake stalking en opruiing? Welke concrete belemmeringen verhinderen een voortvarende strafrechtelijke aanpak?
  8. Deelt u de zorg dat online campagnes waarbij persoonsgegevens van Israëlische burgers in Nederland, worden verzameld en verspreid een voedingsbodem vormen voor bedreiging, intimidatie en mogelijk fysiek geweld? Welke maatregelen treft u om dergelijke praktijken tegen te gaan?
  9. Hoe beoordeelt u de ontwikkeling dat in steden als Utrecht en Amsterdam particuliere actiegroepen en activisten actief op zoek gaan naar (voormalige) Israëlische militairen en andere Israëliërs om hun verblijfplaats en persoonsgegevens te achterhalen, hen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, bijeenkomsten te verstoren en druk uit te oefenen op organisatoren om hen uit te sluiten? Deelt u de opvatting dat dergelijke vormen van eigenrichting, intimidatie en maatschappelijke uitsluiting onverenigbaar zijn met de rechtsstaat en dat hiertegen krachtig moet worden opgetreden?
  10. Herkent u de signalen vanuit de Joodse gemeenschap dat het toenemende antisemitisme ertoe leidt dat steeds meer Joodse Nederlanders zich in ons land niet langer veilig voelen? Welke betekenis kent u toe aan deze signalen en welke actie onderneemt u om dit tegen te gaan?
  11. Bent u bekend met signalen dat een groeiend aantal Joodse Nederlanders overweegt te emigreren naar Israël, de enige Joodse staat ter wereld, omdat zij zich in Nederland niet langer veilig achten? Zo ja, hoe beoordeelt u deze dieptreurige ontwikkeling?
  12. Hoe beoordeelt u, in het licht van de recente aanvallen op Joodse Nederlanders en Israëliërs de effectiviteit van het huidige kabinetsbeleid tegen antisemitisme? Waaruit blijkt concreet dat de door het kabinet aangekondigde maatregelen daadwerkelijk leiden tot een betere bescherming van Joden en Israëliërs in Nederland?
  13. Acht u het begrijpelijk dat veel Joodse Nederlanders het vertrouwen verliezen dat de overheid hen daadwerkelijk weet te beschermen tegen antisemitisme, intimidatie en doxing, wanneer dergelijke incidenten zich blijven voordoen? Hoe beoordeelt u signalen dat sommige Joodse Nederlanders daarom overwegen te emigreren? Welke extra maatregelen bent u bereid te treffen om dit vertrouwen te herstellen?
  14. Welke aanvullende maatregelen bent u bereid te treffen om antisemitische intimidatie, doxing en bedreiging krachtiger te bestrijden en duidelijk te maken dat Joden en Israëliërs in Nederland veilig moeten kunnen deelnemen aan het openbare leven?
  15. Bent u bereid de Kamer te informeren over de wijze waarop politie en Openbaar Ministerie de opsporing en vervolging van antisemitische strafbare feiten, waaronder doxing en online intimidatie, de komende periode zullen intensiveren? Zo nee, waarom niet?
  16. Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is wanneer intimidatie, doxing en dreiging ertoe leiden dat deelnemers aan een internationaal evenement in Nederland zich moeten terugtrekken en onderdelen van dat evenement moeten worden geannuleerd? Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat activisten door middel van intimidatie en eigenrichting feitelijk kunnen bepalen of Israëlische deelnemers nog veilig kunnen deelnemen aan publieke bijeenkomsten en evenementen in Nederland?