3 februari 2026
Laat PAS-melders niet in de kou staan
Vandaag debatteerde Marc de Vries over de maatwerkaanpak PAS-melders. Hij vroeg aandacht voor de positie van PAS-melders in de complexe juridische realiteit. Wat doet de regering om hen tegemoet te komen en stikstofruimte te creëren. Hieronder leest u zijn bijdrage.
Voorzitter, dit wetsvoorstel ligt in de lijn van een principe uit de christelijke filosofie namelijk dat de werkelijkheid verschillende niet tot elkaar terug te brengen aspecten bevat, aan elk waarvan recht gedaan moet worden. Milieuoverwegingen en economische belangen verdienen beide serieus genomen te worden en er is een zorgvuldige afweging nodig tussen beide. Dat is wat het wetsvoorstel beoogt. Bovendien bevat het een element van rechtvaardigheid tegenover PAS-melders die te goeder trouw activiteiten ondernemen na die aangemeld te hebben. Onze fractie staat daarom in beginsel positief tegenover dit wetsvoorstel. Dat neemt niet weg dat er vragen zijn te stellen met name over de rechtmatigheid en uitvoerbaarheid ervan.
Voorzitter, hoewel de termijn van 28 februari 2028 als realistisch wordt geduid, zijn er ook signalen dat het maar zeer de vraag is of binnen die termijn de problemen bij de PAS-projecten zijn opgelost. In de Memorie van Toelichting is al aangegeven dat de termijn niet betekent dat de oplossing al uitgewerkt is, maar dat voor legalisatie van belang is dat er concreet zicht is op een oplossing.
- Hoe realistisch is dit, gegeven de kans dat mogelijk veel ondernemers niet tevreden zullen zijn met de oplossing?
- Indien de PAS-problematiek niet op tijd is opgelost, wordt de termijn dan weer verlengd? Hoe biedt het steeds verschuiven van de termijn een concrete stip op de horizon voor PAS-melders?
- Rechtszekerheid en voorzienbaarheid zijn belangrijke uitgangspunten bij wetgeving. Is het verschuiven van de legalisatietermijn daarmee te rijmen?
- Heeft de minister onderzocht of de juridische kaders die er zijn om te innoveren voldoende helder zijn, zodat een ondernemer van tevoren kan weten of een innovatie tot juridische validatie en daarmee tot legalisatie leidt?
- Waarom zet de minister de rekenkundige ondergrens niet als eerste stap in als onderbouwing voor vergunningen, specifiek voor PAS-knelgevallen, los van het eventueel invoeren van een rekenkundige ondergrens voor iedereen?
Voorzitter, op het punt van proportionaliteit zijn nog veel vragen. Op dit moment is er nog geen duidelijke ondergrens voor de stikstofdepositie. Niemand weet wanneer die depositie voldoende is gereduceerd. We weten dat stikstof een belangrijk voedingselement is voor de flora, voor de groene natuur. Ergens moet dus een balans zijn waar voldoende stikstof aan de natuur wordt gevoed zonder dat dit tot bodemvergiftiging leidt. Die exacte grens is moeilijk algemeen te bepalen, omdat verschillende bodemsoorten een verschillende hoeveelheid stikstof bergen voordat de bodem verzadigd is.
Tegelijk zijn de provincies wel verantwoordelijk voor de natuurdoelanalyse. Die kan immers inzicht geven in hoeveel ruimte er per natuurgebied is en daarom helpen onderbouwen wanneer van handhaving kan worden afgezien of wanneer een vergunning kan worden afgegeven. Ze geven echter nog geen antwoord op de vraag hoe de actuele stikstofdepositie de ontwikkeling van de natuurwaarden beïnvloedt en daarom ook niet welk reductieniveau nodig is voor herstel.
- Wanneer worden de natuurdoelanalyses op orde gebracht? Voert de minister het gesprek met de provincies om deze natuurdoelanalyses zo snel mogelijk te maken?
Vanuit de provincies komen signalen dat er te weinig informatie is over de ruimte die wordt gecreëerd door maatregelen als de Maatwerk Gerichte Aankoop (MGA-1) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijen (Lbv). Het toezegde dashboard is nog niet beschikbaar.
- Kan de minister aangeven wanneer dit dashboard beschikbaar komt?
- Is er een kennisplatform voor ondernemers en lokale bestuurders om creatieve oplossingen te delen of kan de minister dit laten ontwikkelen?
- Wordt het opnieuw mogelijk gemaakt voor provincies om gecreëerde stikstofruimte via opkoopregelingen tijdelijk in te zetten om handhavingsverzoeken bij PAS-melders af te houden?
Voorzitter, voor de juridische onderbouwing voor het afzien van handhaven wordt een concrete afbakening gegeven. Uitgangspunt lijkt te zijn dat er zicht moet zijn op legalisatie. Maar wat de SGP betreft wordt daarbij niet alleen gekeken naar oplossingen die in de toekomst liggen, maar naar een gestapelde onderbouwing om van handhaving te kunnen afzien.
Dat betekent:
- Het beter in beeld brengen van al gerealiseerde uitstootreductie ten opzichte van 2015;
- Een beroep op het evenredigheidsbeginsel, en op het feit dat de uitstoot van PAS-melders onder de wetenschappelijke detectiegrens ligt;
- Het realiseren van vrijwillige uitstootreductie op korte termijn, en meer duidelijkheid over het reductiepad in de komende jaren;
- Het beschikbaar stellen van stikstofruimte voor PAS-knelgevallen;
- Een herziening van de natuurdoelanalyses om beter te laten zien dat het natuurbelang niet overal vraagt om het einde van PAS-melderbedrijven;
- Ruimte voor PAS-melders om via de Kringloopwijzer, inclusief een onafhankelijke toets, emissiereductie door managementmaatregelen aan te tonen en zo binnen hun vergunning te blijven.
- Wordt op al deze punten ingezet om waar mogelijk handhaving af te houden?
Onze fractie wacht met belangstelling de beantwoording van deze vragen door de minister af.